Laatste berichten

Neem inhoud van deze site over (XML)
web-log.nl, powered by TypePad

4 augustus 2006

040806

040806

6 juni 2006

Nieuw veld

4 juni 2006

Boedelbak

Web-log.nl gaat uit commerciële overwegingen mee in de vaart der volkeren en heeft nu zitten knoeien met alle weblogs. Niet alleen hebben ze mijn layout volledig verneukt, maar ze willen ook dat wij voortaan betalen voor hun diensten.

Een vogelverschrikker houdt niet van dubieuze figuren die zich op zijn erf begeven. Tijd om een nieuwe velden te verkennen. Ik mik mijn bonen en aardappelen in de kar en zoek de stoffige paden op. Dit kan even duren. U hoort nog van me. Ongetwijfeld.

30 mei 2006

Prrrutserrrs

Een omscholing van een half jaar wordt beloond met een certificaat. Dat ik na afronding ruim twee maanden moest wachten is een bijna onbelangrijk detail. Ware het niet dat de aan ons gelieerde opleiding tot cateraar nog niet klaar was voor de festiviteiten, de reden is van uitstel. Brengt mij op de vraag wat nou belangrijker is: de uitreiking van mijn officieuze document of het praktijkonderwijs van toekomstige dienstmeisjes? De enige redenen waarom ik dit soort festiviteiten bezoek, zijn de hartige borrelhapjes en de gratis wijn. De uitreiking vindt plaats op een bedrijventerrein in Zuidoost. Klinkt weinig aanlokkelijk. Tegen Zuidoost had ik veel vooroordelen, maar sinds ik daar werk, ben ik de Bijlmer gaan waarderen. De stedenbouwkundigen en planologen hadden in de jaren 50 daadwerkelijk prachtige ideeën. Veel ruimte, veel groen en veel hoge gebouwen. Niet dat ik daar zou willen wonen. De Bijlmer is slechts een juweel om te zien. Dit bedrijventerrein niet. Onder andere de IKEA heeft hier een vestiging. Dat zegt eigenlijk al genoeg.

De plaats van handeling lijkt op een garage waar je een auto voor de APK keuring naartoe brengt. Onze zusterorganisatie leidt daar cateringmedewerkers op. Heel gevaarlijk, want een omgeving die niet inspireert, kan weerslag hebben op de verwachte culinaire hoogstandjes. Wij treden daar eigenlijk dus niet zo zeer aan als gecertificeerden, maar als proefkonijnen. Ha! Het wordt tijd dat de Dierenbescherming zich om mij gaat bekommeren. Er zijn namelijk helemaal geen bitterballen of andere warme vettige ranzigheden. Ik moet het doen met zoutjes van de Lidl die ik desgewenst door een pittig sausje kan halen. Nog erger is het met de drank gesteld. De rode wijn wordt ijskoud geserveerd, zodat alle smaak verdwenen is. Ik sta zelfs bijna op het punt iets laag bij de gronds, zoals rosé of witte wijn, van het buffet te graaien, maar er zijn grenzen. Natuurlijk, de meisjes van de catering doen bijna aandoenlijk hun best, maar vertedering vult de maag niet. Na afloop snel ik dus met grote schaamte naar de enige vreetgelegenheid in de wijde omtrek: de IKEA. Met hevige buikkrampen als gevolg. Als onze zusterinstelling de boel zo weet te verprutsen, wat zegt dit dan over onze eigen instelling? Ik verdoe daar mijn tijd.

Nu ik het certificaat in mijn klauwen heb, mag ik me officieel medewerker van de PapierCavalerie noemen. Armoedzaaiers kunnen voortaan vol vertrouwen een beroep op mij doen. Met alle plezier vul ik roze en blauwe papieren in, zodat zij geld uit het systeem naar hun bankrekening kunnen sluizen. In dit werk is accuratesse en nauwkeurigheid uiterst belangrijk. De waarde van het certificaat moet je met een korreltje zout nemen. Op het certificaat staat namelijk niet ScareCrow. Nee, de administratie of het management is zo gepreoccupeerd met de grote organisatorische lijn, dat toch niet onbelangrijke details over het hoofd worden gezien. 'ScareCow' staat er, verdomme! Die sukkels zijn gewoon de 'R' in mijn naam vergeten! Prutsers. Mag ik hieruit afleiden dat ik, ScareCrow, de opleiding nooit gevolgd heb en net als Hirsi Ali onder valse voorwendselen mijn beroep uitoefen?

De PapierCavalerie is een onderdeel van de Desbetreffende Instantie. Dit is een instelling die een aantal personen zo waardevol acht voor de samenleving, zo' n toegevoegde waarde voor de maatschappij, dat ze hen een subsidie voor bepaalde tijd verleent. Deze personen hoeven gedurende die periode niet te werken, zodat ze hun kwaliteiten volledig kunnen inzetten voor zinnige dingen. Het verkrijgen van een subsidie vergt heel veel papierwerk, dat minutieus moet worden ingevuld. Als ik bij mijn geboorteplaats Amstedam invul, kan ik bijvoorbeeld fluiten naar mijn subsidie, omdat Amstedam niet in de Bosatlas staat. En terecht. Ik heb niets tegen kommaneukers, ik ben er zelf ook een. In het Grote Verbond der Kommaneukers ben ik dus geheel op mijn plaats. Maar wat is de waarde van een organisatie die drijft op het invullen van formulieren, als ze niet eens een vetgedrukte naam correct kunnen schrijven? Knoeiers. Ik kan zelfs mijn naam foutloos schijten. Met mijn ogen dicht! Mijn opleiding van zes maanden kan ik door de plee spoelen. Dat moet ik andersom eens proberen. Ik verdoe hier mijn tijd.

(en nu maar hopen dat deze chronicle zonder spelfouten geschreven is...)

20 mei 2006

Current 93

(CC Luchtbal Antwerpen, 19/05/2006)

Sommige mensen leggen grof geld neer om een uur lang te staan op een trilplaat onder de noemer: stilstaan is ook 'fitness'. Anderen volgen de hype, kopen de deluxe editie van The Dûh Vinci Code en haasten zich met gezwinde spoed naar de verfilming. Dan zijn er ook mensen die bij de kapper hun portemonnee omkeren en hun haar blond verven omdat ze zodoende meer aandacht op straat willen krijgen. En dan heb je het soort dat hun bankrekening plundert om voor een paar duizend euro mee te mogen varen op het zwarte megacruiseschip de MS Amsterdam. Echter, je kan ook zinnige dingen doen, zoals naar Antwerpen gaan voor een concert van Current 93. Heel bijzonder, want het is voor het eerst (en naar eigen zeggen wellicht voor het laatst) dat halfgod David Tibet een tour doet. De aanleiding is het zojuist verschenen album Black Ships Ate The Sky. Ik moet daar bij zijn. Semtex kreeg ook rooie wangetjes bij het idee en zag het als een mooie gelegenheid om te vluchten uit zijn betonwijk. Niet wetende dat hij de ene betonwijk zou inruilen voor de andere.

Current 93 treedt op in cultureel centrum Luchtbal, gelegen in de gelijknamige stadswijk, het Ozzdorp van Antwerpen. Niet iets om vrolijk van te worden, alleen als je er misschien daadwerkelijk woont. CC Luchtbal is een vierkante grijze doos. De architect had geen boodschap aan franje. Geld dat verspild wordt aan opsmuk, kan ook aan zinnige dingen besteed worden. Binnen blijkt het een schouwburg. Op met blauw stof beklede stoeltjes kijken we naar een met muziekinstrumenten volgepropt podium. Vanwege de schouwburgsfeer is het publiek veel rustiger dan bijvoorbeeld in Paradiso of De Melkweg. We durven slechts te fluisteren. Het is me een compleet raadsel waarom Current 93 juist hier is neergestreken, maar toch, het heeft wel wat. En Antwerpen is toch een havenstad? Zwarte schepen en zo...

Opeens klinkt keihard de jaren zeventig electronica hit Popcorn. Naarmate het nummer vordert (en vijf minuten Popcorn is verrot lang) vervormt het geluid steeds meer. Als de climax nadert, komt Current 93 het podium opwandelen. Rechts twee violisten en een cellist. Achterin een basgitartist en slaggitarist. Links een harpiste, die ook onheilspellende geluiden uit een accordeon weet te halen. Achter de piano zit weer Maja Elliott. Zij was ook de eerste act in het voorprogramma. Ze kan virtuoos pianospelen en haar stem is betoverend hees. Werkelijk prachtig als je van pianospelende zangeressen houdt. Helaas word ik altijd bloednerveus van pianoklanken en kunnen zangeressen me zelden bekoren. De enige reden waarom ik wakker blijf, is omdat ik bang ben dat haar zwarte lang haren verstrikt raken tussen de toetsen. En dat wens ik haar nou ook weer niet toe.

In de band van Tibet zit ook Simon Finn. Hij was de tweede act in het voorprogramma en de doorslaggevende reden om naar Antwerpen af te reizen. Een jaar geleden wenste ik Semtex dood, nadat ik hem Jerusalem had gemaild. Finn loopt tegen de zestig, ziet er uit als dertig en heeft het onbeholpene van een kind. Het optreden van Finn brak mijn hart. Van ontroering en uit sympathie. De roadie had alles goed klaar gezet: twee stoelen, twee gitaren en een microfoon. Finn komt op, pakt een gitaar, legt haar weer neer, verplaatst een stoel, pakt de gitaar weer op en plugt de snoer in de versterker. PLOK! Verschrikt kijkt Finn de zaal in. Hij staat op, scharrelt wat over het podium, vindt uiteindelijk een muziekstandaard met songteksten en gaat weer zitten. Blijkbaar heeft hij voor het eerste nummer die andere gitaar nodig. Ene snoer eruit, andere er in. PLOK! Alweer krijgt de versterker een opdonder. "Sorry," mompelt Finn en verstopt zich vervolgens zo diep in zijn tekstvellen, dat de hele handel op de grond dondert. Snel graait hij alles bij elkaar in hoop dat de paar honderd mensen in het publiek niets heeft gezien. Dit concert komt nooit meer goed. Wat ook niet helpt, is dat Finn in zijn gitaarspel regelmatig noten mist. Maar reeds na een nummer heb ik alles vergeven, ben ik alles vergeten. "The next song is... uhhh... another song." Finn stijgt uit boven doorsnee protestzangers. De woede of het onbegrip of het watdanook spat van zijn stem. Zijn stemverheffingen maken mij duidelijk dat er heel wat meer mis is in de wereld of in zijn (mijn) hoofd, dan ik ooit had durven denken. Zijn akoestische gitaar is de enige die hem begrijpt en schreeuwt met hem mee. Finn komt op mij over als iemand die de hele dag zoekend naar niets door zijn huis loopt, vingers tokkelend in de lucht. Terwijl hij van woon- naar slaapkamer loopt (en weer terug) zegt hij de hele tijd: "Niiiniiiniiiniii." En als hij in de keuken de koude kraan opendraait, ontsteekt Finn in woede omdat er geen warm water uitkomt. Maar misschien is het gewoon een hele normale gozer, met een lieve vrouw en twee schatten van kinderen. Na het slotnummer Jerusalem, heb ik heel dringend lucht nodig. In de pauze haast ik me met Semtex naar buiten voor een peuk en wat vloeistof. Drinken en roken in de zaal is namelijk verboden. Na een nicotineshot ren ik weer naar binnen. Semtex neemt echter snel nog een peuk. Een paar minuten later komt hij weer naast me zitten en knijp me opgewonden in de knie: "ScareCrow, ik heb met Simon gesproken! Net! Hij stond gewoon buiten!"

Als iedereen achter zijn instrument heeft plaatsgenomen, slentert middelpunt David Tibet het podium op. Hij zet zijn hoed af en legt die vooraan het podium, naast de muziekstandaard. Tibet zingt niet vals, maar fraai is het zeker niet. Zijn stem klinkt hoog, wankel. Verlangen en kwelling vechten om lucht. Echt zingen is beter dan zuiver zingen. Bijna het complete album wordt gespeeld. Zwarte schepen komen veelvuldig aan de orde. Het concert gaat maar door en ondanks het gebrek aan drank, de zucht naar sigaretten, blijven we met grote ogen kijken. De muziek boort zich via mijn oren naar mijn hart, soms met een omweg via mijn buik. Dan weer lijkt op Nick Cave & The Bad Seeds, dan weer op Godspeed You! Black Emperor. Het zoeken naar climaxen, rustpunten en brute uithalen. Die koude hand om je keel, want boven alles is dit Current 93 de hogepriester van de apocalyptische folk. En David Tibet is niet eng. Integendeel! Hij mag er dan wel muizig uitzien en zijn teksten zijn dan wel doorspekt met onheilstijdingen, hij zoekt ook contact met het publiek door de zaal in te lopen en ons toe te spreken. Het enige irritante aan Tibet is zijn overactieve gedrag. Elke zin in een nummer ondersteunt hij met gebaren. Als hij het heeft over 'the corner of my eye' dan wijst hij naar zijn oog en als hij zingt over zijn `warm belly', wrijft hij over zijn buik. Ook hopt hij als een kikker over het podium en zwaait woest met de armen. De Luchtbal mag dan wel een soort schouwburg zijn, ik kom hier niet voor een theateract. Het moet wel serieus en zwaar op de hand blijven, verdomme. Ik zie hem liever met priemende vinger manisch de zaal in wijzen. Toch blijft hij innemend. Helemaal als hij de verlegen jonge violiste een bemoedigend woord toefluistert. Na twee uren spelen is het definitief afgelopen. Een voor een loopt iedereen onder donderend applaus het podium af, het instrument achterlatend, de overgebleven spelen door. Als eerste vertrekt David Tibet, als een na laatste de pianiste. Alleen de harp klinkt nog. Totdat ook zij...

Wat rest is de Antwerpse nacht. Vervallen huizen, vervallen vrouwen, vervallen wijn. Treinen rijden niet meer naar Amsterdam en als ze uiteindelijk toch rijden, weigeren ze de juiste route te volgen. Alles stort in. Na een hellevaart, arriveer ik thuis. Kijkend over het IJ, vanaf het balkon, zie ik stoom opstijgen uit MS Amsterdam. De lucht is donkergrijs, regen slaat neer. Het onderscheid tussen IJ en hemel is verdwenen. Het zwarte schip vaart weer af, stijgt weer op. Hongerig.

12 mei 2006

Whitehouse

(Parkhof Alkmaar, 11/05/2006)

Zware week achter de rug. Toen maandag de wekker ging, wist ik reeds dat vier lange werkdagen mij opwachtten. De hitte op kantoor was ondraaglijk. Tegen mijn collega's riep ik nog dat ik regen wenste. Tussen half negen en vijf uren moet het hozen, pas daarna mag de zon branden. "Houdt je mond, ScareCrow!" zeiden ze, terwijl zij net zo hard puften. Enige logica is aan hen niet besteed. Het hielp niet dat ik intussen met mijn hoofd bij het nakende concert van Whitehouse was. Klanten poeierde ik á la Whitehouse af. Een breekbare oude man kwam naar mij toe met een vraag over blauw papier. "You don't have to say please. Get down on your knees, suck my cock!" beet ik hem toe. Daarna kwam een alleenstaande moeder. Ik schudde haar hand, begeleidde haar naar de spreekkamer. Toen ze plaats had genomen, keek ik haar diep in de ogen en fluisterde glimlachend: "You look like a fucking bat, you old slut." Donderdagmiddag had ik het niet meer. Het kwik was uit de thermometer gesprongen, het computersysteem was bezweken. Mijn collega's haalden de Metro te voorschijn, lurkten aan hun flesje water en bespraken de onbelangrijke dingen des levens. Woedend sprong ik op een bureau en schreeuwde: "And don't just sit there chatting, nodding amicably. Stop giggling, chickenskin!" Oververhitting en de gevoelige poëzie van Whitehouse: een dodelijke combinatie.

Een warme donderdagavond. Samen met PakaS sta ik voor het Parkhof te Alkmaar. Het Parkhof is een gammel stenen gebouwtje vol graffiti. Het voorprogramma Nekschot is al bezig. Drie mannen hebben op het podiumpje een bouwsteiger neergezet en produceren met platenspeler, electronica en een gitaar, een niet bijster interessante geluidsbrij. Schokkender is de tik op mijn schouder. Een jongen kijkt me vriendelijk aan en zegt dat ik in de zaal niet mag roken. Ik mag in de zaal niet roken. Ik mag in de zaal niet roken (uit ongeloof schrijf ik het twee keer). Met een plastic glas wijn in de hand, loop ik mokkend naar buiten. Aan de waterkant steken PakaS en ik een nieuwe peuk op. De avond wordt zwoeler, het gesprek bereikt een blaatniveau en we missen band numero 2, Fuckn' Bstrds. Een paar jongens verlaten de zaal voor wat frisse lucht en gaan vlakbij ons staan. Ze zeggen tegen elkaar dat ze benieuwd zijn naar Whitehouse. Het schijnt nogal hard te zijn, hebben ze van horen zeggen. Voor de zekerheid hebben ze watjes bij zich. Watjes! Ik voel me een oorlogsveteraan. In een Huey-helicopter vlieg ik over Vietnam. Dit is mijn tweede tour. Naast me zitten frisse jochies, net van de militaire opleiding. Zij zien uit naar de confrontatie met de vijand. Een mengeling van overmoed en angst heeft zich meester van hen gemaakt. Zo meteen wordt op hen geschoten en moeten zij terugschieten. Ik bekijk ze meewarig. Been there, seen it, done it before. Twee jaar geleden zag ik Whitehouse voor het eerst. Het was zo heftig, dat een Hell's Angel type mij op een gegeven moment vermanend toesprak: "Of ik alsjeblieft een beetje rustig aan zou willen doen," vroeg hij. Ik was te rof.

Voor het podium staat Ohm Bob van radioprogramma X-rated. Wat zou er in zijn schoudertas zitten? Een DAT-recorder? Een mini-Grol? Een hondenkoekje? Zonder dat ik het door heb staan opeens twee mannen in zwart overhemd en zonnebril op het podium. Ze activeren hun laptops. Een tornado van hoge pieptonen en ruis kolkt door het zaaltje. De vadsige van dit duo loopt naar de microfoon en gilt: "Question: did you ever kill a dull person?" Enzovoort. Een uur lang worden wij, de maatschappij en de rest van mensheid verrot gescholden. Vandaag doen we niet aan politieke correctheid. Iedereen die kan ademen moet dood of in ieder geval zijn bek houden. De magere van het duo neemt de microfoon over. Hij loopt over het podium, van links naar rechts. Woedend wijst hij met zijn vinger naar ons en schreeuwt dat ons miserabele leventje volkomen kut is. "I know a fuckload more than you realise, you little cunt!" Intussen knielt de ander voor de Marshall speakers en heft zijn armen. Met gebalde vuisten eert hij het lawaai. Naarmate deze sonische marteling vordert, gaan steeds meer knoopjes van hun overhemden los. Vadsig mannetje steekt twee vingers in zijn mond en wrijft vervolgens over zijn tepels.

Het Parkhof heeft de drie bands geprogrammeerd onder de noemer Vage geluiden in stereo. De stereo-effecten creëer ik zelf door mijn hoofd heen-en-weer te schudden. Soms woest, soms langzaam. Whitehouse overspoelt ons met een tsunami van herrie. Er is zoveel, zoveel geluid, dat door het hoofd beurtelings van de ene naar de ander speaker te richten, je zelf je eigen beats creëert. Whitehouse maakt duidelijk dat ons leven mono is. Ze maken duidelijk dat er meer is. Als het niet goedschiks kan, dan maar kwaadschiks. Weer ga ik los en weer word ik op mijn schouder getikt. Ditmaal door een gozer met een groen petje op. Hij slaat een arm om heen. Ik versta hem niet, maar uit zijn gezichtuitdrukking maak ik op dat hij ook verpletterend onder de indruk is. Ik geef hem vriendelijk een stomp in de zij. Vervolgens gebied ik hem door mijn wijsvinger tegen mijn lip te drukken, mij met rust te laten. Hij begrijpt dat hij het bevel van een gedistingeerde grijze man moet opvolgen en gaat aan de andere kant van het zaaltje verder met vreugdesprongetjes maken. Ik kijk weer richting het licht en zie dat beide heren van Whitehouse vooraan het podium staan. Bovenlichamen ontbloot, twee paar vuisten in de lucht. Voor de laatste keer wordt uit de laptops een bak herrie getrokken. En dan is het stil. Mijn oren suizen. Dronken loop ik naar het station. PakaS wijst me de weg, want ik ben te ver heen. Wijn en Whitehouse hebben de hersenen verdoofd. Vrijdag zal ik een stuk wijzer opstaan.

4 mei 2006

Carpe mori

Twee favoriete plekken in Amsterdam heb ik reeds besproken: het Stenen Hoofd en het Zoutkeetsplein. Mijn derde favoriete locatie is het Anne Frankhuis. Ik passeer het bijna dagelijks. Voor de kassa staat steevast een lange rij. Naar verluidt bedraagt de wachttijd regelmatig een half uur. Om de tijd te doden kijken de wachtenden naar de passanten. Op een gegeven moment zien ze mij langs fietsen: opgeheven hoofd, rechterhand aan het stuur, linkerarm losjes bungeld langs het lichaam, alert spiedend vanwege domme toeristen die zonder kijken oversteken. Voor hen is dit achteraf het mooiste moment van de dag, want ze mogen zich even aan mij verlekkeren. Ik zie de jaloerse blik in hun ogen: "Wat is die gozer op die met roodwit wegafzettingslint versierde fiets toch een bevoorrecht mens dat hij in deze prachtige stad mag wonen!"

Waarom ze massaal naar het Anne Frankhuis gaan, is mij een compleet raadsel. In mijn jonge jaren ben ik daar wel eens op bezoek geweest. Toen was ik nog tegen kernenergie, tegen roken, tegen het doodknuppelen van zeehondjes en tegen fascisme. Ja, das war einmal. Ik was bevlogen en vroeg aan mijn ouders of we een keer naar het Anne Frankhuis konden gaan. Een enorme tegenvaller. Veel tekstborden, enkele relikwieën en een boekenkast. Toen hoorde ik nog bij de mensen die pas iets geloven als ze er mee geconfronteerd worden. Tegenwoordig ben ik alleen als het om religie gaat, nog van de empirische school. Men leest geen boeken meer of kranten. Alles moet tastbaar zijn, pas dan is het waar. In city-marketing noemen ze dat ook wel 'een stukje belevingswaarde'.

In mijn jeugd was 4 mei de verschrikkelijkste dag van het jaar. Er waren nog maar twee netten. Zwart-wit, kinderen! Nederland 2 was die avond ingeruimd voor de Dodenherdenking, een film over de Tweede Wereldoorlog en een documentaire over onderduikers in Friesland. Op Nederland 1 werd de zendtijd gevuld met discussieprogramma's, ter nadere duiding van de gruwelen. Mijn favoriete bezigheid was toen tv-kijken, maar daar was op 4 mei geen lol aan te beleven. Het was ook ondenkbaar dat 's avonds een voetbalwedstrijd werd uitgezonden, gelardeerd met overvolle reclameblokken. Mijn andere favoriete bezigheid was buitenspelen op het Boerhaaveplein. Ook dat was op 4 mei onmogelijk. De straten waren verlaten. Je kon er een geweer leegschieten. Twee minuten stilte werden tot het vierentwintig uur opgerekt. Op school haalde de meester een tv tevoorschijn. Geen verstrooiend vermaeck zoals het SchoolTV Weekjournaal of boeiend programma over vulkanen. Nee, de video Anne Frank kregen we voor de kiezen, met Jeroen Krabbé in de rol van Otto Frank. Wat een ellende.

En toch heb ik er een tik aan overgehouden. De vierde mei blijft een dag met een schaduw. Op mijn manier geef ik daar invulling aan. Ongeveer vijf jaar geleden draaide KinK FM als laatste plaat voor acht uur The end van The Doors. Direct draaide ik het volume omhoog en deed alle ramen open. De hele straat moest dit ondergaan. De stilte na afloop was (ge)wel(d)dadig. Kippenvel. Sindsdien is dit mijn vaste ritueel. Ik bezit alleen de live-versie van The End. De speeltijd bedraagt 15 minuten en 42 seconden. Om tien over half acht start ik het nummer in. Als het gejuich uit Philadelphia weggestorven is, schrijdt de koningin naar het monument. Daarna volgt het beklemmendste moment van de dag. Voor een publiek van tienduizend man en voor het oog van een paar miljoen televisiekijkers, speelt een eenzame soldaat de Taptoe. We kijken hem letterlijk op de vingers. Stalen zenuwen moet die man hebben. Elke noot moet kloppen. De stilte die volgt, wordt slechts verstoord door fladderende duiven (remedie tegen dit soort respectloze wezens: verzamelen, vangen, opsluiten en vergassen).

Het zal niet lang meer duren of we hechten aan de Tweede Wereldoorlog net zoveel waarde als aan de Tachtigjarige Oorlog. De inquisitie en de holocaust zijn slechts droge feiten uit het geschiedenisboek. En lezen in voor velen te saai en vermoeiend. Bevrijdingsdag heeft geen betekenis meer, Koninginnedag is belangrijker. Feesten is leuker dan bezinnen. Tijdens de twee minuten stilte kijk ik uit het raam. Binnensmonds vervloek ik elke langsrijdende fietser.

27 april 2006

CocoRosie

(Paradiso, 25/04/2006)

In mijn mailbox belandde de wekelijks nieuwsbrief van KindaMuzik. Naast een overzicht van wat het online-muziektijdschrift die week in petto had, werd ook een aantal kaartjes weggegeven, waaronder voor een concert van CocoRosie. Ik had ze al een paar keer op KinK FM gehoord. Hun muziek is zo merkwaardig, dat ik erg nieuwsgierig was naar hun concert. De prijsvraag van KindaMuzik kwam dus op het juiste moment. Ik hoefde slechts het volgende te doen:

Over CocoRosie is alles al wel gezegd. Deze ultra populaire dames kun je gaan zien op 25 april als je vertelt waarom jij net zo hip bent als deze twee freak-folkers.
Probleem: ik beschouw me zelf niet als hip. Ik kan wel gaan ratelen over mijn hoge hoed, maar die draag ik niet uit hipheid. Mensen die zich zelf hip noemen, zijn eigenlijk ongelooflijk saai. Geforceerd de laatste trend volgen om die zodoende juist een stap voor te blijven. Hip is iets anders dan origineel. Daarom mailde ik het volgende antwoord:
Gisteren had ik enorm de hip, maar toen ik op mijn kop een glas water leegdronk was ik de hip gelukkig weer kwijt. Hip! (shit)
En het kaartje was binnen. Paradiso is gevuld met hippe mensen. Jongens in paarse jurken, meisjes met zorgvuldig slordig kapsel, jongens met paars haar, meisjes in woeste hippie rokken. Ik detoneer in mijn blauwe spijkerbroek en zwarte T-shirt. CocoRosie is überhip gekleed. De ene zus draagt een indianentooi, de andere een schoonmaakjurkje. Indiaantje bespeelt zeer bedreven de harp en piano. Bovendien heeft ze een klassiek geschoolde stem. Schoonmaakster is in de weer met electronica en tingeltangelt op de piano. Zij zingt knisperend à la Bjork. Mooi, maar vooral apart. Ze hebben twee muzikanten meegenomen. Een gitarist met een oud hoedje op, zit rechts op het podium, een beetje verscholen. Het bizarste outfit wordt door de human-beatboxer gedragen. Je ziet niet dagelijks een enorme neger in een witte tutu. CocoRosie maakt speeldoosmuziek. Vreemde geluidjes worden ondersteund door lome beats. De stemmen van de zussen vullen elkaar prachtig aan. Het kunnen je wereldvreemde buurmeisjes zijn. Als je langs hun huis loopt, beweegt op de eerste verdieping het gordijn heel even. Achter het vale wit, zie je twee schimmen. Druk je oor tegen de slaapkamermuur en je hoort ze spelen met hun poppen. Nou ja, spelen... Eerst zeggen ze dat Beertje lief is, vervolgens trekken ze zijn kop er af. Beetje een eng duo. Achter het podium hangt een groot scherm. Soms geven videobeelden meerwaarde aan een concert, ditmaal niet. De dames van CocoRosie slenteren door New York. Ze springen van trappen, dansen op de glijbaan en zwieren door de metro. Alles is geregistreerd in fel realistische kleuren. Het leidt enorm af. Het publiek ergert me ook. Te devoot en tegelijkertijd te luidruchtig. Na drie kwartier loop ik weg. De Grote Zaal is te groot voor CocoRosie, CocoRosie te breekbaar voor de Grote Zaal.
(overigens, hij die niet komen kon, had het mooi gevonden)
In de Kleine Zaal valt vandaag meer te halen. De boeren van de Hackensaw Boys zijn weer in de grote boze stad. Achtenveertig uur geleden stapten ze in Alabama in het vliegtuig. Om fris te zijn voor het optreden, hadden ze zich de avond voor vertrek klem gezopen. Helaas kwam de verlossende slaap niet. En dan is Amsterdam ook nog zo'n exiting city. Ze laten van enige vermoeidheid niks merken. Met z'n zessen staan ze opeen gepropt op het kleine podium. En als hij niet bezig is met het vervangen van snaren, pakt de roadie ook een gitaar en voegt zich bij het zestal. Ze zingen loepzuiver en bespelen meerdere instrumenten. De banjospeler speelt een mopje viool, de violist hanteert de staande bas en de bassist scheurt met een mondharmonica. Alleen die gozer met een charismo (een wasbordachtig apparaat met daarop een toeter en een paar blikjes) blijft bij zijn leest. Maar wat wil je met zo'n hip instrument? Ik zie ze nu voor de derde keer spelen en wederom laten ze een niet weg te beitelen glimlach op mijn gezicht achter. Om me heen is iedereen vrolijk. Wij stampen mee met onze voeten, slaan elkander op de schouders. Geef ons een hooiberg! De lucht van koeienmest fantaseren we zelf wel erbij! Mmm, fantaseren: CocoRosie in de Kleine Zaal, CocoRosie in een hooiberg...

21 april 2006

Deurmatvervuiling

Vooropgesteld: milieu lijkt me een toffe gozer. Hij valt mij niet lastig, dus dan vind ik het al snel goed. En we hebben beiden een hekel aan auto's. In onze afkeer vinden we Milieudefensie aan onze zijde. Of ik daar blij mee moet zijn is de vraag. De naam Milieudefensie suggereert een tot de tanden bewapend legertje dat tot de laatste druppel bloed strijd voor Moeder Natuur. Echter, rond de manschappen hangt de penetrante geur van dogmatiek, geitenwollen sokken, naïviteit en tofu-broodjes. Hoe sympathiek ze mogen zijn, in geval van oorlog kies ik opportunistisch eerder de kant van worstenvreters met leren laarzen.

Vorige week viel een enquête op de deurmat. Milieudefensie wilde mijn mening weten over mobiliteit in Nederland. Mijn zwak voor die club verdween als bomen in een regenwoud, als ozon uit de atmosfeer, als plankton in de zee. De vragen waren namelijk uitermate suggestief gesteld. Leest u even mee?

Milieudefensie wil verlaging van de maximumsnelheid op snelwegen. Dat leidt tot minder luchtvervuiling, lawaai, ongelukken en energieverbruik. Wat vindt u van die maatregel? Schiphol veroorzaakt veel lawaaioverlast, milieu- en gezondheidsproblemen. Hoe ziet de toekomst van Schiphol er volgens u uit? De EU heeft regels voor luchtkwaliteit geformuleerd, waar Nederland zich niet aan houdt. Wat vindt u hiervan? Uit satellietbeelden blijkt dat bijna nergens in Europa de lucht zo ongezond is als in Nederland. Kinderen in vervuilde gebieden hebben vaker last van de luchtwegen en ontwikkelen zwakke longen en allergieën. Hoe denkt u er over?

Bij elke vraag mag de geachte respondent kiezen uit ongeveer vier antwoorden. In de eerste twee mogelijke antwoorden wordt standaard schande gesproken over toekomstige ontwikkelingen. "Hoe durven ze onze kindertjes ziek te maken, de aardkloot te verkloten!!! Schande!!!" Het derde antwoord is voor de verderfelijke kapitalisten onder ons: "Leuk en aardig, dat milieu, maar wie gaat dat allemaol betaluh? Er moet toch brood op de plank komen?" En bij antwoord vier krijgt de nonchalante doorsnee man op straat zijn kans: "Miljeu? Wah is dah? Dah heb ik geen mening over, hoor."

Zo stel je toch geen enquêtes samen. Dit is ware propaganda opgediend in een wetenschappelijke sausje. Milieuclubs worden overbevolkt met leden die hoog opgeleid zijn. Des te triester dat juist zij de edele kunst van de statistiek verkrachten. Onderzoeken heeft geen zin, als de uitkomst vooraf vaststaat. Stel, iedereen kiest daadwerkelijk voor het consumerende antwoord, dan verdwijnt het 'onderzoek' waarschijnlijk direct in een bureaula. Terwijl in die bureaula reeds een rapport ligt waarin gepleit wordt voor strengere Kyoto-normen, meer steppen en in elke tuin een windmolen. Zogenaamd feitenmateriaal in de vorm van frisse tabellen en confronterende cijfertjes moeten het rapport legitimiteit verschaffen. Of naamsbekendheid. Er zijn legio bedrijven die de kantlijn van pagina 3 in de krant proberen te halen. Onder het mom van een onderzoekje, liefst verstrooiend, bedrijven ze reclame. Lieve milieu-hobbyisten, het kan toch nooit de bedoeling zijn dat jullie jezelf op één lijn stellen met de commercie?

Omdat ik niet alleen wil kankeren, maar ook oplossingen wil aandragen, zal ik Milieudefensie een beetje op weg helpen. Op de open vraag: "Hoe kan het fietsgebruik nog toenemen?" antwoord ik: "Meer Chinezen naar Nederland halen." En: "Hoe kan het openbaar vervoer aantrekkelijker worden gemaakt?" Heel simpel: maak het vervoer gesloten. Een streng deurbeleid zou wonderen doen. Geen kakelende vrouwen, geen mobieltjes en geen mensen die de Spits of Metro lezen. De trein, metro en tram mogen slechts nog toegankelijk zijn voor mijn intellectuele medemens. Mijn milieu. De stilte in de coupés wordt slecht verbroken door iemand die opstaat en vervolgens een poëem van Lucebert voordraagt.

Inkoppertje: Hoeveel bomen zijn er omgehakt om deze enquête te vervaardigen? "Ja, maar het is van kringlooppapier..." Ha! Daar veeg ik mijn reet mee af.

16 april 2006

Reverend Horton Heat

(Melkweg, 15/04/2006)

Meteen negatief starten, dan heb ik dat tenminste gehad. In den beginne is het geluid beroerd. Wellicht mijn eigen schuld. Moet ik maar niet recht voor de rechterspeaker staan. De ervaring leert dat de beste plek achterin de zaal is, bij de mengtafel. Maar de beste plek om muziek te ondergaan is bij het podium. Overigens, vanavond is dit een uiterst gevaarlijke locatie. De Melkweg is goed gevuld, dus het is dringen geblazen. Recht voor het podium is enige ruimte. Alleen idioten staan daar, want op die plek is één van de rofste mosh-pits ooit. Hanenkammen, geblondeerde vetkuiven, Rockcity-hooligans en kaalgeschoren mannen beuken op elkaar in. De shirtjes zijn mouwloos, want de tatoeages moeten goed zichtbaar zijn. Niets nieuws bij een concert, alleen ditmaal stompen de haantjes ook met gebalde vuisten op elkanders nieren. Sommigen haken de armen ineen en doen een razende draaimolen na. Opeens staan ze stil en kijken ze heel agressief om elkaar vervolgens te omhelzen. De intensiteit van het concert is te meten aan het aantal bloedneuzen.

De Reverend lijkt op de oudere versie van Ajax-keeper Fredje Grim. Of op de pafferige versie van Mark Knopfer. Het verschil is dat Knopfer aanbeden wordt door massa's en dus relevante muziek maakt. De Reverend Horton Heat maakt gelukkig totaal irrelevante muziek. Dampende rockabilly geïnspireerd op oude country en blues. Met zijn door whisky gesmeerde stem kan hij zo een bokswedstrijd aankondigen. O ja, nog één kritiekpuntje: het jasje van de Reverend kan absoluut niet. Vaal rood met daarop een cowboy-patroontje geborduurd. En met dat vieze glimlachje kan hij beter niet een kleuterschool binnenlopen, want dan wordt hij meteen opgepakt op verdenking van een prematuur zedendelict. Hij wordt ondersteund door Jimbo en Scott. Jimbo heeft niet voor niets Nature Boy als bijnaam. Misschien staat hij elke dag in de sportschool. Waarschijnlijker is dat hij zijn imponerende fysiek te danken heeft aan zijn speelstijl. Jimbo betast namelijk niet de snaren van zijn staande bas, nee, hij roert, slaat en geselt de snaren. Bas heeft straf verdiend, maar bas vindt straf ongetwijfeld heel erg lekker. Drummer Scott zit het gehele concert over zijn drumstel gebogen. Hij kijkt alleen op om weer een nieuwe peuk op te steken.

Ik ken de Heat nauwelijks. De eerste keer dat hun naam langs schoot, was toen ik las dat mijn God (Al 'Buck Satan' Jourgensen) hun album Liquor In The Front had geproduceerd. En ik ken de Heat dankzij Beavis & Butthead. Ooit keken ze met verbazing naar een clip. "What is this for music?" riep Beavis. Meteen schreeuwde de Reverend: "It's a Psycho-Billy Freak Out!!!" Butthead knikte meteen: "Yeah, it's a psycho-billy freak out." Beavis "Waahhh, it's a psycho-billy freak out." Dit nummer wordt ook tijdens het concert gespeeld. Toeval, want de Reverend Hortin Heat doet niet aan setlists. Het publiek mag roepen wat het wil horen. Galaxy 500? "Okee!" Folsom prison blues? "Allright!" Jezebel? "No, we've already played your song." Jimbo song? "Cool!"

It's martini time komt ook langs. Een heerlijk dranknummer dat een cocktailorkest niet zou misstaan. Waarom worden dit soort nummers nooit gespeeld in de hotelbar van het Amstelhotel of The Grand? Hoewel, ik kom daar nooit, dus ik kan er ook niet over oordelen. Het zouden overigens prima locaties zijn voor concerten, aangezien mobiele telefoons geloof ik verboden zijn. Zelfs ongeschoren rockabilly's maken zich namelijk schuldig aan de moderne telefoontjesterreur. Jimbo legt zijn bas op z'n zijkant, buigt zich voorover en ragt over de snaren. Tegelijkertijd klimt de Reverend op de bas een geeft een solo op zijn Rickenbacker vol vette reverb. Het is een prachtig beeld en daarom gaan helaas massaal de mobieltjes de lucht in om dit moment digitaal vast te leggen. Reverend, doe dur wat an! Brul een preek en urbi et orbi dat gespuis naar de verdoemenis!